Apparatuur in de gevarenzones moet op papier geschikt zijn, maar ook goed worden aangesloten en gebruikt. Daarom voeren wij ATEX-inspecties uit: van een eerste ingebruikname tot de periodieke inspecties en steekproeven. Onze inspecteurs kunnen dit doen, maar wij stellen bedrijven ook in staat (een deel van) de inspecties zelf uit te voeren met onze inspectieapp. Hoe je het ook organiseert: alle bevindingen komen samen in één duidelijk overzicht, inclusief acties voor opvolging. Zo laat je zien dat je de verplichting serieus neemt én zorg je ervoor dat ATEX ook ATEX blijft.
Geen stapels papierwerk meer. Wij werken met een geavanceerde inspectieapp. Je ziet direct na de inspectie de status van de installatie, inclusief foto’s van eventuele gebreken.
Onze inspecties richten zich niet alleen op de elektrische apparatuur (cf. NEN-EN-IEC 60079-17). Wij kijken verder. Omdat ontstekingsbronnen ook kunnen ontstaan door bijvoorbeeld wrijving, drukverschillen en hitte, verzorgen wij eveneens de inspecties van mechanische apparatuur (cf. NEN-EN-ISO 80079-36/37).
Onze inspecties eindigen niet bij een rapport. Je krijgt een duidelijke lijst met de afwijkingen, de ernst ervan en de mogelijke herstelacties. Soms gaat het om een reparatie, soms om een kleine aanpassing of afstelling. De uitkomst levert direct input voor de onderhoudsafdeling.
Bij EXsupplies kun je terecht voor de verschillende soorten ATEX-inspecties, maar ook voor andere dienstverlening. Elke dienst is los af te nemen, maar sluit logisch op de andere aspecten aan. We adviseren graag wat past bij je operationele activiteiten en risico’s. Zo werken we samen toe naar één helder en actueel beeld van je ATEX installaties.
Neem je een nieuwe installatie in gebruik of is er een wijziging doorgevoerd aan een bestaande installatie? De Arbowet vereist een gedetailleerde inspectie vóór ingebruikname. Wij inspecteren de installatie aan de hand van de NEN-EN-IEC 60079-14 en aanverwante normen. Daarnaast beoordelen wij het verificatiedossier en voeren wij metingen uit om te controleren of de installatie goed is aangesloten, ontstekingsvrij functioneert en veilig aangezet kan worden.
Werken met papieren inspectielijsten is nogal tijdrovend en foutgevoelig. Je noteert alles op locatie en werkt het later uit op je laptop. Dubbel werk, kortom. En zie dan maar eens het overzicht te bewaren. Met onze handige inspectieapp draai je dat proces om. Je registreert bevindingen direct tijdens de inspectie. Zodra je klaar bent, wordt de rapportage automatisch gegenereerd en per mail verzonden. De inspectie is daarmee écht afgerond op locatie.
Dankzij de ingebouwde apparatenbibliotheek hoef je apparaatgegevens niet telkens opnieuw over te typen. Je kiest eenvoudig het juiste apparaat uit de lijst. Dat werkt sneller én verkleint de kans op fouten in bijvoorbeeld certificaatnummers. Zo houd je meer tijd over voor de inhoud.
ATEX-beleid omvat alle benodigde procedures en organisatorische maatregelen ter beheersing van explosierisico’s. Daarin leg je belangrijkste afspraken over explosieveiligheid vast, zoals verantwoordelijkheden, werkwijzen en controles. Denk aan:
– het markeren van ATEX-zones met EX-waarschuwingssymbolen;
– de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
– een opleidings- en trainingsplan voor o.a. operators, monteurs en managers;
– procedures en instructies met betrekking tot veilig werken tijdens normaal bedrijf (routinematig werk);
– een werkvergunningsproces en dezoneringsprocedure voor niet-routinematig werk (bijvoorbeeld onderhoud) in de ATEX-zones;
– een onderhoudsbeheersysteem voor ATEX-apparatuur;
– een wijzigingsproces (Management of Change).
De organisatorische maatregelen moeten worden vastgelegd in het EVD.
Conform de NEN-EN1127-1 moeten minimaal de volgende dertien soorten ontstekingsbronnen worden beoordeeld op aanwezigheid binnen een ATEX-zone:
1. hete oppervlakken
2. vlammen en hete gassen
3. mechanisch opgewekte vonken
4. elektrische apparaten
5. elektrische zwerfstromen en kathodische bescherming
6. statische elektriciteit
7. bliksem
8. elektromagnetische radiogolven (van 104 tot 3 x 1011 Hz)
9. elektromagnetische optische golven (van 3 x 1011 tot 3 x 1015 Hz)
10. ioniserende straling
11. ultrasone golven
12. adiabatische compressie en schokgolven
13. exotherme reactie, incl. zelfontsteking van stoffen.
Binnen elke arbeidsplaats dien je na te gaan welke ontstekingsbronnen in de ATEX-zones kunnen voorkomen en welke maatregelen je neemt om de kans op ontsteking te voorkomen. Belangrijke maatregelen zijn het toepassen van explosieveilige (Ex-)apparatuur en het aanbrengen van aarding en potentiaalvereffening. De uitkomsten van deze inventarisatie leg je vast in het EVD.
De inspectiewijze voor elektrische ATEX-apparatuur is genormeerd. Tijdens een inspectie stel je vast of een apparaat geschikt is voor de ATEX-zone waarin het is geplaatst en of het apparaat nog voldoet aan de (installatie-)eisen.
Alle elektrische ATEX-apparatuur moet voor de eerste ingebruikname en na iedere modificatie, reparatie of wijziging een gedetailleerde inspectie ondergaan op basis van de eisen uit de NEN-EN-IEC 60079-14 (installatienorm).
Daarna kan op basis van de aard van de installatie en de kans op veroudering het interval voor periodieke inspecties worden bepaald. Dit kunnen visuele en nauwkeurige inspecties zijn, waar nodig aangevuld met gedetailleerde inspecties. Voor vast opgestelde apparatuur is in veel gevallen een inspectie-interval van drie jaar gangbaar.
Voor de meeste mobiele apparatuur moet een jaarlijks interval worden aangehouden. In enkele gevallen (bij mobiele apparatuur waarvan de behuizing regelmatig wordt geopend) geldt een halfjaarlijks interval.
De inspectie van mechanische ATEX-apparatuur is niet genormeerd. Wel geldt volgens het Arbobesluit dat geïnstalleerde (Ex-)apparatuur in goede staat moet zijn en periodiek moet worden gecontroleerd. Dat geldt dus ook voor alle mechanische ATEX-apparatuur. In de praktijk stel je vaak per apparaat een onderhouds- en inspectieprotocol op, op basis van:
– de onderhoudseisen van de fabrikant; voor apparatuur met Ex-markering (in de handel gebracht na 30 juni 2003);
– de maatregelen die volgen uit een door de gebruiker zelf uitgevoerde ontstekingsanalyse voor oudere apparatuur zonder Ex-markering (in de handel gebracht voor 30 juni 2003).
Aan de hand van een ontstekingsanalyse wordt vastgesteld in hoeverre ontstekingsbronnen relevant zijn en actief kunnen worden tijdens normaal bedrijf, verwachte storingen (enkele fouten) en onverwachte storingen (dubbele fouten). De methodiek volgt de NEN-EN-ISO 80079-36. Van bijna elk mechanisch apparaat dat wordt gebruikt in een ATEX-zone moet een ontstekingsanalyse worden uitgevoerd.
Voor apparatuur die op of na 1 juli 2003 op de markt is gebracht, heeft de fabrikant al aan deze verplichting voldaan. Die koppelt de analyse aan de categorie, bepaalt de benodigde beschermingswijze en legt dit vast via Ex-markering op de typeplaat en in het certificaat (inclusief eventuele voorwaarden voor veilig gebruik).
Voor mechanische apparatuur van vóór 1 juli 2003 ontbreekt die Ex-markering vaak. Dan kun je op basis van typeplaat/documentatie niet nagaan of het apparaat explosieveilig is en ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker om (te laten) analyseren of dit apparaat (in de geest van de ATEX) veilig te gebruiken is binnen de ATEX-zones. Dit kan betekenen dat er aanvullende maatregelen moeten worden genomen zoals temperatuurbewaking of een verlaging van de draaisnelheid.
Een ontstekingsbronneninventarisatie is een overzicht per arbeidsplaats van alle mogelijke ontstekingsbronnen aanwezig binnen de ATEX-zones. Dit is de verantwoordelijkheid van de gebruiker en wordt vaak opgesteld volgens NEN-EN 1127-1. In het EVD leg je vast welke maatregelen zijn genomen om ontsteking te voorkomen, bijvoorbeeld door aan te tonen dat elektrische en mechanische apparatuur correct is gekozen (Ex-markering) en goed is aangesloten en onderhouden.
Een ontstekingsanalyse, daarentegen, is een gedetailleerde beoordeling van de aanwezige ontstekingsbronnen. Deze analyse legt bloot welke maatregelen zijn genomen om ontstekingsbronnen van in ATEX-zones gebruikte (mechanische) apparaten, te voorkomen. NEN-EN-ISO 80079-36(-1) vormt hierbij meestal het uitgangspunt.
Het uitvoeren van deze analyse is een verplichting van de fabrikant. De fabrikant is niet verplicht om deze analyse met de gebruiker te delen omdat dit om vertrouwelijke informatie kan gaan.
Voor oudere apparaten zonder Ex-markering ligt die verantwoordelijkheid bij de gebruiker. Het analyserapport neem je op in het technisch dossier, het onderhoudsbeheersysteem en/of het EVD.